Speksteen is een bijzondere natuursteen uit Finland, met unieke eigenschappen, waaronder een ongeëvenaarde vuurbestendigheid, warmte-opnamecapaciteit en warmte-geleidingssnelheid. De soorten Tulikivi speksteen onderscheiden zich van andere speksteen door een samenstelling waarin veel magnesiet voorkomt. Dit natuurlijke metaal in deze speksteen verklaart de unieke eigenschappen inzake warmte. Deze natuursteen heeft een rijke geschiedenis, van een magische steen in de prehistorie tot de meest voortreffelijke kachelsteen vandaag.
Onder de natuurstenen kent de speksteen haar gelijke niet inzake vuurbestendigheid. En dat moet ook, want in een Tulikivi komen geregeld temperaturen voor boven de 1000 °C. Het smeltpunt van speksteen bedraagt 1630 °C. Ter vergelijking, gietijzer smelt al bij 1200 °C. Vele speksteenkachels worden dan ook honderden jaren oud. Het betekent uiteraard niet dat een speksteenkachel niet kapot gestookt kan worden: daarom is het uiterst belangrijk dat er een juiste berekening van de nodige capaciteit wordt gemaakt.
De warmteopnamecapaciteit per volume van de TULIKIVI speksteen (3000 KJ/m³°C) is meer dan 2 maal hoger dan bij vuurvaste steen (1400 KJ/m³°C). Dat betekent dat een massieve speksteenkachel 2 maal kleiner kan zijn dan een massieve tegelkachel met een zelfde warmte-opslagcapaciteit. Dat scheelt vooral inzake ruimtegebruik en ook opbouwkost.
De warmtegeleiding doorheen speksteen (6,4 W/mK) gebeurt meer dan 10 maal sneller dan in vuurvaste steen (0,6 W/mK). Dat betekent dat een koude Tulikivi snel opgewarmd is - normaal bereikt de kachel binnen het uur zijn maximum capaciteit van warmte-uitstraling. Het betekent ook dat de binnenstructuur van een Tulikivi eenvoudig kan zijn : stenen die de warmte snel geleiden nemen ze ook sneller op! Dit werkt perfect met de korte kanalen binnen het tegenstroomprincipe.
De TULIKIVI speksteen onderscheidt zich van gewone speksteen, die door beeldhouwers en jammer genoeg ook door sommige kachelbouwers wordt gebruikt, door een hoog gehalte aan magnesiet :
De talk maakt alle speksteen streelzacht en eenvoudig te bewerken. Chloriet en andere minder belangrijke componenten brengen vlammende kleuren aan het oppervlak van de speksteen te voorschijn. Een hoog gehalte aan magnesiet is essentieel voor elke speksteenkachel. In de TULIKIVI speksteen zorgt magnesiet voor een enorme warmteopname, een snelle warmtegeleiding en een unieke vuurbestendigheid.
2 miljard jaar geleden werd in Finland, diep in het binnenste van de aarde, onder enorme druk en extreme hitte, een nieuw mineraal geboren: de speksteen. De eerste mensen beschouwden deze parelgrijze steen, waarvan het zijdeachtige oppervlak zo aangenaam aanvoelt, als heilig. Zij maakten er amuletten en godenbeelden van.
In het verleden hebben kunstenaars altijd met speksteen gewerkt. Heel wat getuigenissen, beeldhouwwerken en reliëfs uit vroegere tijden zijn bewaard gebleven. Later bouwde men er zelfs huizen, paleizen, zuilen en trappen mee.
Tot men ontdekte waarin zijn echte kracht schuilde: de speksteen uit het Karelisch gebergte van Finland is een steen met bijzondere eigenschappen - hij heeft een heel hoog warmteopname- en geleidingsvermogen en is bijzonder vuurbestendig.
In Finland, waar het kwik in de winter regelmatig tot onder de -40 °C daalt, was die steen een geschenk van de natuur. Reeds meer dan een eeuw gebruikt men hier de speksteen voor de bouw van behaaglijk verwarmende kachels. Het hoeft niet te verbazen dat men nergens anders ter wereld betere kachelbouwers vindt dan hier. En het wekt dan ook geen verwondering dat de TULIKIVI-kachelsteen al vlug niet enkel de inwoners van Finland met zijn warmte en gezelligheid wist te bekoren.